Vlaswapening 100 cm rolbreedte 35.020, vlaswapening – voegwapening 10 cm 35.025

Als vlakwapening voor leem droogstucplaten D16 conform werkblad 5.3, voor Leempleister: zie werkblad 6.1, voor Kalkpleister zie werkblad 6.9. Als voegwapening voor leembouwplaten D20 en D25 conform werkblad 5.2.

Samenstelling

Wapening van vlasgaren, verlijmd met waterige dispersie (houtlijm). schering/inslag ca. 20/20 draden per 10 cm, maaswijdte ca. # 5 x 5 mm.

Verpakking

Per rol. Vlakwapening 100 cm breed, voegwapening 10 cm breed. Lengte 100 m elk.

Opslag

Indien droog, geventileerd en beschermd tegen direct zonlicht opgeslagen, minstens 3 jaar houdbaar.

Benodigd materiaal

Volvlaks wapening overeenkomend met m2 stucwerk plus 10-20% reserve in verband met snijverlies en overlapping. Voegwapening voor leembouwplaten (CLAYTEC 09.002) ca. 2,2 - 3,0 m/m2 oppervlak. Wanneer leembouwplaten D16 (CLAYTEC 09.010) per uitzondering niet volvlaks maar met voegwapening worden gewapend dan is er ca. 3,2 - 4,0 m/m2 nodig.

Verwerking

Vlakwapening: de basispleister van Basisleem (CLAYTEC 05.001, 05.002 of 10.010) of fijne Afwerkleem (CLAYTEC 10.011) wordt grof aangebracht en afgereid. Het wapeningsweefsel wordt vervolgens op de vers aangebrachte, nog soepele pleister gelegd en met een schuurspaan ingewreven. De wapening dient onderling ca. 10 cm te overlappen. Bij vlakken van leembouwplaat D16 (CLAYTEC 09.010) wordt de wapening met fijne Afwerkleem (CLAYTEC 10.011) dun bestreken. Voegwapening: de stuiknaden licht voorbevochtigen (sproei-nevel). Vervolgens de voegenband zorgvuldig en met behulp van een papje van fijne Afwerkleem (10.011) inwerken. Met name de randen secuur inwerken. De voegwapening mag niet overlappen. d.w.z. ter plaatse van de kruisingsgebieden wapening onderling uitsparen (zie hiervoor ook werkblad 5.2). Voor de verdere bepleistering dient de pleistermortel (aangebracht voor inbouw van wapening) volledig droog te zijn. Het doel van de voegwapening is het overbruggen van de plaatvoegen, eventuele vervorming van bouwdelen kan deze niet opvangen.