07.011 Lehmstein leicht NF 1200
07.012 Lehmstein leicht NF 800
07.014 Lehmstein leicht 2DF 800
07.015 Lehmstein leicht 3DF 800

Neue Formate: 07.014: 800 2DF, 07.015: 800 3DF
Lehmsteine Anwendungsklasse Ia
07.011: Lehmstein - nicht tragend - DIN 18945 - LS f - Ia - 1,2 - NF
07.012: Lehmstein - nicht tragend - DIN 18945 - LS f - Ia - 0,8 - NF

Lieferbar ab Mitte Februar 2015
Lehmsteine formgeschlagen, Rohdichteklasse 0,8, Format 2DF
Lehmsteine formgeschlagen, Rohdichteklasse 0,8, Format 3DF


CLAYTEC bietet Lehmsteine der Anwendungsklasse Ia nach der neuen DIN 18945. Sie sind für die Ausmauerung von Sichtfachwerk ideal geeignet und zugelassen. Dies ist die anspruchsvollste der Lehmstein-Anwendung. Ihre Eigenschaften verdanken sie als formgeschlagene Lehmsteine dem Herstellungsprozess und einem ausgewogenen Gemisch aus Lehm und Häcksel.

toepassing

Vakwerkrestauratie met leemsteen-metselwerk: zie werkblad 2.3.
Handvormstenen met gebruiksklasse Ia voor voorzetwanden en niet-dragende binnenwanden, alsook bepleisterde buitenwanden. Lichtleemstenen 1200 NF en 800 NF zijn bijzonder geschikt voor de restauratie van vakwerkvullingen, waarop kalkpleister wordt aangebracht.

samenstelling

Bouwleem, hout- en strohaksel.

fysische eigenschappen

07.011: handvormsteen. Gebruiksklasse 1a. NF (normaalformaat). Volle steen. Dichtheidsklasse 1,2. μ 5/10. Warmtegeleiding 0,47 W/mK. Bouwstofklasse B2*.
07.012: handvormsteen. Gebruiksklasse 1a. NF (normaalformaat). Volle steen. Dichtheidsklasse 0,8. μ 5/10. Warmtegeleiding 0,25 W/mK. Bouwstofklasse B2*.

verpakking

Gesealed op pallets. 416 st./pallet. Breukverlies ≤ 4%.

opslag

Droog opslaan. Onbeperkt houdbaar. Niet meer dan 3 pallets opeenstapelen.

materiaalverbruik

Afhankelijk van het steenformaat en wanddikte, is het materiaalverbruik als volgt (stuks per m2)

 

Steenformaat

11,5 cm

17,5 cm

24 cm

hoogkant

NF

50

-

99

38

 

 

 

 

 

2DF

33

-

66

38

 

 

 

 

 

 

 Zie voor mortelgebruik het productblad Lichte leem-metselspecie (CLAYTEC 05.022)

verwerking

Leemstenen worden volgens de regels van de metselkunst verwerkt. Voorbevochtiging van het aanlegvlak tijdens het metselen verhoogt de eindsterkte van de wand. Als metselspecie wordt lichtleem-metselspecie (CLAYTEC 05.022) aanbevolen. Wanneer een kalkbepleistering gepland is, dienden de voegen van het nog verse metselwerk circa 0,5 cm diep scherpkantig te worden uitgekrabt.

verdere behandeling

Het metselwerk volledig laten drogen. Voor het bepleisteren voorbevochtigen (sproei-nevel). Binnenwanden worden doorgaans met Basisleem (CLAYTEC 05.001, 05.002 en 10.010) of Afwerkleem (CLAYTEC 05.010, 05.012 en 10.012) bepleisterd, zie werkblad 6.1. Weerbelaste vakwerkvullingen worden gewoonlijk afgestuct met Gräfix Kalk-grondmortel (CLAYTEC 21.200); u wordt voor de keuze van pleisteropbouw en uitvoeringsrichtlijnen hieromtrent nadrukkelijk geadviseerd om eerst kennis te nemen van werkblad 2.3. Zichtmetselwerk blijft meestal onbehandeld, in geval van verdere behandeling wordt het werk voorbevochtigd (sproei-nevel) en vervolgens meteen geschilderd of geschlämd.

aanvulling

Afhankelijk van de productieplaats kunnen kleur en oppervlaktestructuur verschillen. Handvormstenen kunnen hoge toleranties in maat- en vormvastheid vertonen. De buitenvlakken van lichtleemstenen kunnen door het hoge strohakselgehalte onvolkomenheden vertonen. Klachten hierover zijn niet ontvankelijk.

*Betere classificatie onder voorbehoud van brandveiligheidstechnische testen mogelijk (Lehmbau Regeln DVL 2009, S. 97).