07.013 Leemsteen licht 2DF 700

Nieuw conform DIN
07.013 700 2DF gebruiksklasse II
Leemsteen - niet dragend - DIN 18945 - LS p - II - 0,7 - 2DF

toepassing

Binnenwanden van lichtleemstenen: zie werkblad 3.2.
Vormgeperste leemstenen met gebruiksklasse II, voor voorzetwanden en niet-dragende binnenwanden, alsook bepleisterde buitenwanden.

samenstelling

Bouwleem, hout- en strohaksel.

fysische eigenschappen

Handvormsteen. Gebruiksklasse II. 2DF (2 x dunformaat). Volle steen. Dichtheidsklasse 0,7. μ-waarde 5/10. Warmtegeleiding 0,21 W/mK. Bouwstofklasse B2*.

verpakking

Gesealed op pallets a 350 st./pallet. Breukverlies ≤ 4%

opslag

Droog opslaan. Onbeperkt houdbaar. Niet meer dan 3 pallets opeenstapelen.

materiaalverbruik

Afhankelijk van het steenformaat en wanddikte, is het materiaalverbruik als volgt (st./m2)

 

 

Steenformaat

11,5 cm

17,5 cm

24 cm

liggend

2DF

33

-

66

38

 

 

 

 

 


Voor mortelverbruik/m2, zie productblad lichte leem-metselspecie (CLAYTEC 05.022)

verwerking

Lichte leemstenen worden volgens de regels der metselkunst verwerkt. Voorbevochtiging van het aanlegvlak tijdens het metselen verhoogt de eindsterkte van de wand. Als metselspecie wordt lichtleem-metselspecie (CLAYTEC 05.022) aanbevolen. Bij warmte-isolerende voorzetwanden wordt de bekistingsvoeg goed met mortel opgevuld. Daarvoor moet het metselwerk waar nodig mechanisch met de buitenwand verbonden worden (middels bv. geperforeerd montageband). De bekistingsvoeg mag met het oog op droging niet dikker dan 1 cm zijn. Oneven buitenmuren worden eerst grofweg egaal bijgepleisterd, de pleister moet droog zijn voor uitvoering van metselwerk.

verdere behandeling

Het metselwerk volledig laten drogen. Binnenbekistingen en binnenwanden worden doorgaans met Basisleem (CLAYTEC 05.001, 05.002 en 10.010) of Afwerkleem (CLAYTEC 05.010, 05.012 en 10.012) bepleisterd, zie werkblad 6.1.

Uitgave 8-2014