07.002 Leemsteen zwaar NF 1800

 

Nieuw conform DIN
                07.002 1800 NF gebruiksklasse Ib
                Leemsteen - dragend - DIN 18945 - LS f - Ib - 2,0 - NF


Toepassing

Leemsteenwanden: zie CLAYTEC werkblad 1.2
Handvormsteen in gebruiksklasse Ib voor regulier gestuct en weersbestendig buitenmetselwerk. Dragend. Voor niet-dragende buiten- en binnenwanden. Voor kleine reparaties en metselwerk- restauraties bij historische massiefbouw van leem.

Samenstelling

Bouwleem

Vorm en formaat

Volle leemsteen, machinaal vervaardigd volgens handvormmethode. Gebruiksklasse 1b.

Fysische eigenschappen

Drukvastheidsklasse 2. NF (normaalformaat). Ruwe dichtheid 2,0. Dampdifussieweerstandsgetal μ = 5/10. Warmtegeleidbaarheid 1,10 W/mK. Bouwstofklasse A1.

Verpakking

Gesealed op pallets à 416 st./pallet, breukaandeel ≤ 4%

Opslag

Droog opslaan. Onbeperkt houdbaar. Niet meer dan 3 pallets opeenstapelen.

Materiaalverbruik

Afhankelijk van het steenformaat en wanddikte is het materiaalverbruik als volgt (st./m2):

Steenformaat

11,5 cm

17,5 cm

24 cm

36,5 cm

NF

50

-

99

148

 

 

 

 

 

 


Voor hoeveelheid mortel zie productblad Leem-metselspecie (CLAYTEC 05.020)

Verwerking

Leemstenen worden volgens de regels der metselkunst verwerkt. Voorbevochtiging van het aanlegvlak tijdens het metselen verhoogt de eindsterkte van de wand. Als metselspecie wordt leem-metselspecie (CLAYTEC 05.020) aanbevolen. Wanneer een kalkbepleistering gepland is, dienden de voegen van het nog verse metselwerk circa 0,5 cm diep scherpkantig te worden uitgekrabt.

Sanering massiefleembouw

Reparaties bij historische lemen massiefbouw dienen vaktechnisch te worden uitgevoerd, in het bijzonder bij dragende bouwdelen. Let op: bescherm tegen optrekkende vochtigheid. Doorgaans worden de leemstenen met leem-metselspecie (CLAYTEC 05.020) gemetseld. Om coherentie in het bovenste aansluitgedeelte aan de bestaande bouw te realiseren, kan cementhoudende expanderende mortel gebruikt worden.

Verdere behandeling

Het metselwerk volledig laten drogen. Voor het bepleisteren voorbevochtigen (sproei-nevel). Binnenwanden worden doorgaans met Basisleem (CLAYTEC 05.001, 05.002 en 10.010) of Afwerkleem (CLAYTEC 05.010, 05.012 en 10.012) bepleisterd, zie werkblad 6.1. Voor de bepleistering van massieve buitenwanden: zie werkblad 1.2 leemsteenwanden. Zichtmetselwerk blijft meestal onbehandeld, in geval van verdere behandeling wordt het werk voorbevochtigd (sproei-nevel) en vervolgens meteen geschilderd of geschlämd.

Aanvulling

Leemstenen met gebruiksklasse 1b zijn niet geschikt voor het metselen van zichtvakwerk (buitenpleister) dat blootstaat aan weersomstandigheden.
1800 NF leemstenen worden vervaardigd volgens het handvormprocedée en kunnen bijgevolg afwijkingen in maat- en vormvastheid vertonen. Klachten hierover zijn niet ontvankelijk.

verwerking

Leemstenen worden volgens de regels der metselkunst verwerkt. Voorbevochtiging van het aanlegvlak tijdens het metselen verhoogt de eindsterkte van de wand. Als metselspecie wordt leem-metselspecie (CLAYTEC 05.020) aanbevolen. Wanneer een kalkbepleistering gepland is, dienden de voegen van het nog verse metselwerk circa 0,5 cm diep scherpkantig te worden uitgekrabt.