Gräfix 61 Kalkgrondmortel (zonder haar) 21.300

Toepassing

Basis- of dekpleister op o.m. vakwerkvullingen en leemwanden: zie CLAYTEC werkblad 2.1, 2.2 en 2.3. Als interieurpleister: zie werkblad 6.9
Luchtkalkmortel voor buitenpleister op Kalk-grondmortel en als interieurpleister op diverse onder- gronden. Zonder kunsthars, cement of soortgelijke toeslagstoffen.

Samenstelling

Kalk, kalksteenbrekerzand 0-1,6 mm, verwerkingsondersteunende supplementen (tenside, cellulose en methylcellulose, samen < 0,5%)

Fysische eigenschappen

Massadichtheid ca. 1.350 kg/m3, vastheid volgens CS I DIN EN 998-1

Verpakking, rendement

Vochtbeschermende verpakking: zak van 30 kg (levert 23 liter pleistermortel), 40 zakken per pallet.

Opslag

Droog op pallets of op houten stelling opgeslagen minstens 6 maanden houdbaar.

Bereiding

De mortel wordt doorgaans met een pleistermachine bereid, waarbij de mortelconsistentie op het specifieke apparaat kan worden afgestemd. Bij handmatige bereiding met elektrische mixer: 8 liter water per 30 kg zak toevoegen.

Ondergrond

De ondergrond moet droog, stofvrij, egaal en voldoende ruw zijn. De Kalkmortel moet afgebonden zijn.

Opbouw van de mortel

De mortel wordt altijd in meerdere lagen aangebracht. De dikte van de Kalk-grondmortel (met haar) moet per laag tussen min. 7-8 en max. 15 mm liggen. Op vakwerk is een mortelopbouw met een ruw, rustiek oppervlak mogelijk: 1 basislaag 61 Kalk-grondmortel met haar (21.200) + 1 afwerk- laag 61 Kalk-grondmortel zonder haar (21.300).
Voor fijnere oppervlakken kan Kalk-grondmortel ook van een afwerklaag van Kalk-afwerkmortel (CLAYTEC 21.350) worden voorzien.

Aanbrengen van de mortel

De pleisterondergrond wordt vlak voor het aanbrengen van de Kalk-grondmortel vlaksgewijs voorbevochtigd (sproei-nevel), indien nodig meermaals. De basislaag dient zo te worden opgesproeid, dat alle inkepingen en voegen gevuld zijn en het gehele muuroppervlak gelijkmatig bedekt is. Indien sprake is van een deklaag over Kalk-grondmortel met haar (CLAYTEC 21.200) op vakwerkvullingen, wordt aangeraden deze manueel aan te brengen met behulp van een houten of PU-schuurbord. Men dient hierbij de pleister vanaf de balkranden aan te zetten richting vakvlak, en niet andersom. Lossnijden ter plaatse van balk– en kozijnaansluitingen wordt aanbevolen. Een insnijdiepte van 2 mm volstaat. Eventuele balkaansluitingen niet schuinkantig uitvoeren. Na aanbrengen pleisterlaag laten aandrogen en afbinden (in de regel meerdere dagen). Hierbij kan scheurvorming optreden. Het oppervlak van een laag moet goed opgeruwd worden voordat een volgende laag wordt aangebracht. Als deklaag kan de pleister als schuurwerk of anderszins afgewerkt worden.

Verwerkingstemperatuur

De ondergrondtemperatuur dient tussen 5-25º C te liggen.

Verwerkingsduur

Afhankelijk van temperatuur, sterkte van de pleister en absorptievermogen van de ondergrond 3-4 uur.

Verdere behandeling

Om een te snelle uitdroging (verbranden) tegen te gaan, kan de pleister bij hitte en wind het beste de eerste dagen vochtig worden gehouden, bijvoorbeeld met een plantenspuit/tuinslang (fijne sproei-nevel). Om een afdoende bescherming tegen weersinvloeden te waarborgen en eenheid in kleur te verkrijgen, dient de Kalk-grondmortel met een diffusie-open verf te worden geschilderd. Hiervoor is bijvoorbeeld een (bij voorkeur frescaal aan te brengen) Kalkverf (CLAYTEC 21.525) uiter- mate geschikt. Voor buitenpleister die blootgesteld is aan sterkere weersomstandigheden kan het beste een silicaat-gevelverf worden toegepast.

Tips

Bij te lage temperaturen of hoge luchtvochtigheid bindt de mortel zeer langzaam en onvoldoende af. Vensters, eikenhouten oppervlakken of andere (met name looizuurhoudende) houten bouwdelen afdoende beschermen tegen kalkvlekken (grondig afplakken!), de vlekken zijn naderhand zeer moeilijk te verwijderen. Voor doorgaand pleisterwerk is een grootmazig alkalibestendig wapeningsgaas aanbevolen. Gelieve voor toepassing de werkbladen 2.1, 2.2 en 2.3 te raadplegen.

Werkproef

Wij raden u aan per geval, middels een voldoende groot proefvlak, te testen of de systeemopbouw van stuc en verf geschikt is voor de specifieke toepassing. Klachten, die niet te wijten zijn aan mengfouten in de fabriek, zijn niet ontvankelijk.