30.001 Eikenstaken, scherpkantig
30.002 Eikenstaken, afgezaagde kanten
31.001 Wilgentenen

Nieuw: eikenstaken, gefaasd 30.002

Eikenstaken, gezaagd 30.001 en wilgentenen, gekloofd 31.001    

Toepassing

Restauratie c.q. reconstructie van vakwerkvullingen: zie CLAYTEC werkblad 2.1 en 2.2. Spelderplafonds: zie werkblad 4.1
Eikenstaken en wilgentakken voor vakwerkrestauratie en monumentenzorg.

Hoedanigheid

Eikenstaken: zaaghout van ontschorste stam, scherpkantig of met boomkant, ook met spinthoutdelen. Afmeting lat ca. 26 x 60 mm. Wilgentakken: met het mes gekloofd wilgenrondhout met halve of kwartcirkelvormige dwarsdoorsnede.

Verpakking

Eikenstaken: los of gebonden, lengte ca. 4 m, ook kortere delen.
Wilgentakken: per bundel tot ca. 40 stuks, lengte ca. 2,70 m.

Opslag

Droog en geventileerd opslaan, niet onder folie. Tijdens transport of opslag beschermen tegen vocht en condens.

Benodigd materiaal

Eikenstaken: voor spalierwerk of stakenplafonds ca. 10-12 strekkende m’/ m2 vlak, voor vitsenwerk (t.b.v. wilgenvlechtwerk) ca. 4 m’/m2 vakwerkvlak.
Wilgentakken: voor witsenwerk (vlechtwerk), alsook spelderplafonds ca. 1 bundel per 3-4 m2 vakwerkvlak.

Verwerking

De staken waar nodig ontdoen van schorsresten of bast. Spinthoutdelen mogen niet gebruikt worden. De gewenste lengte kan met hand-, steek- of cirkelzaag worden gezaagd. Punten van de staken kunnen met een bijl, geschikte elektrische zaag of electroschaaf (dikte van de punt ≥ 10 mm) gezaagd worden. De staken worden met een bijl of hamer exact passend en strak in de balkengroeven van het vakwerk of plafond geslagen, zodat de staken ingeklemd komen te zitten. De wilgentakken worden met een boomschaar (of een dergelijk gereedschap) afgekort en strak over steeds 3 staken gevlochten. De tussenafstand van de wilgentakken onderling moet steeds ca. 2-3 cm bedragen. Het is doorgaans niet nodig om de wilgentakken te laten weken. Een uitzondering hierop zijn vakvullingen met korte vitsafstanden; hiervoor kunnen de dunne en door inweken buigzaam geworden uiteinden van de wilgentakken gebruikt worden.

Verdere behandeling

Bij vakwerk wordt het stakenwerk, ofwel het vlechtwerk, met Stroleem (CLAYTEC 04.004) gevuld. Bij vlechtwerk moet deze handeling zo snel mogelijk (maximaal na 2 weken) gebeuren, omdat de spanning van de wilgentakken afneemt met de tijd. Bij spelderplafonds worden zonodig eerst de kinderbalken met riet (CLAYTEC 34.001) bekleed, waarna de spelderboogjes met soepele leem in meerdere arbeidsgangen worden gevuld, in vorm gebracht en afgewerkt.
Idem bij stakenplafonds; conform werkblad 4.1