05.030 Leempleister Mineraal 20, aardvochtig

Nieuw conform DIN
Leempleistermortel - DIN 18947 - LPM 0/4 f - S II - 2,0

NATUREPLUS zertifiziert No. 0803-0501-042-3


Soort leempleister

Leempleistermortel als leemwerkmortel. Aardvochtig.

Doel

Enkele of meerlagige basis- en afwerkleem voor binnen. Kan handmatig of machinaal aangebracht worden op metselwerk en andere massieve bouwelementen, lichtleemwanden, rietplaten, leemplaten en dergelijke.

Samenstelling

Natuurbouwleem tot 5 mm, gewassen en gebroken zand in granulometrische curve 0-2,8 mm. Korrelgroep, oversize grootte korrel conform DIN 0/4, < 5 mm.

Land van herkomst

Duitsland

Fysische eigenschappen

Krimpfactor 2,0%. Vastheidklasse S II. Buigsterkte 1,0 N/mm². Drukweerstand 3,0 N/mm². Hechtvermogen 0,20 N/mm². Afbrokkeling 0,2 g. Dichtheidsklasse 2,0. Warmtegeleidingsvermogen 1,1 W/m∙K. µ-waarde 5/10. Waterdampadsorptieklasse WS II. Bouwstofklasse A1.

Verpakking, rendement

1,2 t bigbag (levert 700 liter pleistermortel)

Opslag

De zakwaren zijn, mits droog opgeslagen, onbeperkt houdbaar. Klontvorming door uitdrogen kan de verwerkbaarheid bemoeilijken: klachten hieromtrent zijn echter niet ontvankelijk. De aardvochtige variant tijdens de wintermaanden vorstvrij bewaren, mits het materiaal in bevroren toestand niet te verwerken is.

Bereiding

Onder toevoeging van 8-12% water mixen met gangbare mortelmengmachine (vrijval-, tafel- of dwangmenger). Kleine hoeveelheden kunnen met een handmixer of manueel gemengd worden. Richtlijnen voor het gebruik van de pleistermachine: zie informatie op deze site

Ondergrond

Leempleisters hechten alleen mechanisch. De ondergrond moet vorstvrij, draagkrachtig, schoon, droog, vrij van zouten, voldoende ruw en zuigend zijn. Als hechtlaag is de Universele Primer grof (CLAYTEC 13.320-.325) geschikt. De ondergrond moet worden voorbevochtigd (sproei-nevel) om eventueel bouwstof aan de oppervlakte te binden. Rietmatten moeten droog zijn. Oude, filmvormende (verf)lagen dienen vooraf verwijderd te worden.

Aanbrengen

De mortel wordt met een raapspaan aangebracht of opgespoten met pleistermachine. Mogelijke dikte van de stuclaag is 5-20 mm bij basislagen en 5-10 mm bij afwerklagen. De mortelconsistentie dient op de laagdikte te worden afgestemd. Voor het aanbrengen van YOSIMA of CLAYFIX kleurleem is een voldoende afgereid basisleemoppervlak vereist (bijkomende arbeidsgang), of een eventuele uitvlaklaag met Afwerkleem fijn.

Verwerkingstijd

Omdat er geen chemisch proces plaatsvindt, is het materiaal meerdere dagen te verwerken. Het kan ook zo lang in de pleistermachine en slangen blijven.

Droging

Na aanbrengen moet er voor een zeer goede droging gezorgd worden, middels dwarsventilatie (24 uur per dag alle ramen en duren open) of machinale droging. Bij kritische omstandigheden, drogingsprotocollen nauwgezet toepassen! Voor details zie hier of neem contact met ons op. De aardvochtige versie (05.030) wordt op microbiologisch niveau doorlopend gecontroleerd, de inachtneming van precieze waarden kan niet worden gegarandeerd.

Verdere afwerking, verf

De verdere afwerking kan pas na volledige droging plaatsvinden, ten vroegste wanneer geen krimpscheurvorming meer kan optreden. Schilderen is mogelijk met Leemverfprimer (CLAYTEC 19.020-.025) en CLAYFIX Leem direct verf (glad of korrel). Ook andere verfsystemen zijn geschikt.

Verdere informatie, werkproef

Kleur en textuur van de diverse soorten leemstuc mineraal zijn verschillend. Mineraal 16 is geen Mineraal 20 in gedroogde vorm, maar een zelfstandig product met afwijkende samenstelling en granulometrische curve. Of de ondergrond en de laagdikte geschikt zijn, moet in ieder geval op een voldoende groot oppervlak getest worden. Klachten die niet te wijten zijn aan mengfouten in de fabriek zijn niet ontvankelijk. Richtlijnen conform CLAYTEC werkblad 6.1 toepassen.

Uitgave 9-2013