Basisleem 05.001, 05.002 en 10.010

Nieuw conform DIN
Leempleistermortel - DIN 18947 - LPM 0/4 f - S II - 1,8

NATUREPLUS gecertifceerd No. 0803-0501-042-1

 

 

Soort leemmortel

Leempleistermortel als leemwerkmortel. Aardvochtig 05.001 en 05.002, droog 10.110

Gebruik

Eén- of meerlagig basispleister voor binnen. Kan manueel of machinaal aangebracht worden op metselwerken of andere massieve bouwelementen, op lichte leemstenen, op rietmatten, op houtvezelplaten. Ook bruikbaar voor bepleisteren van leemplaten binnen.

Samenstelling

Natuurbouwleem tot 5 mm, gewassen zand met korrelgrootte 0-2 mm, gerstestro 30 mm.

Land van herkomst

Duitsland

Fysische eigenschappen

Dichtheid ca. 1.600 kg/m3 (0,73 W/mK, µ 5/10), drukweerstand 1,5 N/mm2, krimpmaat 2,5 %, hechtvermogen 0,05 N/mm2, afbrokkeling < 0, 5 g, sorptievermogen1 26 g/m2 / 80,3 g/m2

Verpakking, benodigd materiaal

Aardvochtig 05.001: bulk in 1,2 t = 1 m3 bigbags (levert 700 liter pleisterspecie op).
Gedroogd 05.002: in 1,0 t = 1 m3 bigbags (levert 625 liter pleisterspecie op). Gedroogd 10.010 in zakken van 30 kg (levert 20 liter pleisterspecie op), 42 zakken per laadbord.

Opslag

Gedroogde pleisters zijn, indien droog bewaard, onbeperkt houdbaar. Aardvochtige producten worden bij voorkeur binnen de 3 maanden verwerkt. Een kortstondige bewaring in open lucht is mogelijk indien voldoende afgedekt en op een humusvrije ondergrond gestort. Aardvochtige producten steeds vorstvrij bewaren, omdat het bevroren product moeilijk te verwerken is.

Bereiding

Aan de leempleisterbasis bij aardevochtige pleisters ca. 10-15 % water, bij droge pleisters ca. 23% water toevoegen en manueel of machinaal mengen.
Gedetailleerde informatie over het gebruik van pleistermachine: zie informatie op deze site.

Ondergrond

Leempleisters hechten alleen mechanisch en dus moet de ondergrond voldoende draagkrachtig, ruw en schoon zijn. Leempleisters zijn niet geschikt voor vochtige muren, alhoewel een kleine hoeveelheid restvochtigheid in de muur geen probleem oplevert. Het bevochtigen van de ondergrond kan de verwerkingstijd van de leempleister verlengen. Dragers zoals rietmatten enz. moeten droog zijn. Oude, niet natuurlijke verflagen en filmvormende lagen moeten vooraf verwijderd worden. De ondergrond moet vorstvrij, droog en vrij van zouten zijn. Vooraf bevochtigen (sproei-nevel is slechts nodig om het stof aan de oppervlakte te binden. Als grondlaag is de primer ROOD (CLAYTEC 13.435-.430) uitstekend.

Aanbrengen

De mortel kan zowel manueel als met een pleistermachine aangebracht worden. De dikte van de laag hangt af van de consistentie van de pleister: hoe droger de mortel, hoe dikker men de laag kan aanbrengen (max. 35 mm). Bij een minder dragende of minder ruwe ondergrond worden in de regel dunnere lagen aangebracht (dus vloeibaarder mortel).  Door inbedding van rietmatten is het mogelijk meerdere lagen, nat op nat, aan te brengen. Voor het aanbrengen van YOSIMA Designstuc of CLAYFIX Kleurleem structuur of fijn is een goed afgewreven en gladde oppervlakte vereist (bijkomende, speciale werkfase).

Verwerkingsduur

Aangezien er geen chemisch verhardingsproces plaatsvindt, kan het materiaal, goed afgedekt, meerdere dagen worden verwerkt. Het materiaal kan ook zo lang in de pleistermachine en in de slangen bewaard worden, let dan op voor de corrosieve werking.

Droging

Tijdens de droogtijd moet er voor een zeer goede verluchting van alle ruimtes gezorgd worden. Een korte droogtijd is belangrijk en eventueel moet dit machinaal geforceerd worden. Leempleister bevat organische bestanddelen en water, waardoor bij een te langzame droging, zoals ook bij ander bouwmateriaal door aankleven van stof van de bouwwerf, een geringe en tijdelijke schimmelvorming kan optreden. Indien de droogtijd te lang dreigt te worden, moet voor een kunstmatige droging (bouwdroger – condensaat of blazer) gezorgd worden. Eenmaal droog komt op leempleisters geen schimmelvorming meer voor. Voor de behandeling van beschimmelde oppervlakken kunt u bij ons terecht voor informatie. De gedroogde pleisters 05.002 en 10.010 worden vrijwel kiemvrij geleverd. Aardvochtig pleister 05.001 ondergaat een lopende controle maar precieze waarden kunnen niet gegarandeerd worden.

Verdere afwerking

De verdere afwerking, na volledige droging en wanneer geen verdere krimpbarsten meer optreden, kan gebeuren met de Afwerkleem, Fijne Leem of Kalkpleister, zie werkbladen 6.1, 6.2, 6.9. Vanzelfsprekend kunnen deze pleisters pas aangebracht worden als de basisleem volledig droog is.

Werkproef

Of de ondergrond en de laagdikte geschikt zijn, moet in ieder geval op een voldoende groot oppervlak worden getest. Klachten, die niet te wijten zijn aan mengfouten in de fabriek, zijn uitgesloten.