05.010, 05.012 en 10.112 Afwerkleem met stro

Nieuw conform DIN
Leempleistermortel - DIN 18947 - LPM 0/2 f - S II - 1,8

NATUREPLUS gecertificeerd No. 0803-0501-042-1


Soort leempleister

Leempleistermortel als Leenwerkmortel. Aardvochtig 05.010 en 05.012, droog 10.112

Samenstelling

Natuurbouwleem tot 5 mm, gewassen zand gemengde korrel 0-2 mm, gerstestro 10 mm.

Land van herkomst

Duitsland

Eigenschappen

Massadichtheid 1.800 kg/m3 (λ 0,91 W/mK, μ 5/10), drukweerstand 1,5 N/mm2, krimpfactor 2,0%, hechtvermogen 0,1 N/mm2, afbrokkeling < 1,0 g, sorptievermogen 19 g/m2 / 74 g/m2 (bij meting 1 u / 12 u).

Verpakking, rendement

Aardvochtig 05.010 in 1,2 t big bags (levert 700 liter pleisterspecie op). Gedroogd 05.012 in 1,0 big bags (levert 625 liter pleisterspecie op). Gedroogd 10.012 in 30 kg-zakken (levert 20 liter pleisterspecie op), 42 zakken per pallet.

Opslag

Gedroogde pleisters zijn, indien droog bewaard, onbeperkt houdbaar. Aardvochtige produkten kunnen het beste binnen de 3 maanden worden verwerkt. Een korte bewaring buiten, op schone humusvrije ondergrond is mogelijk, mits voldoende afgedekt. In verband met de verwerkbaarheid dienen de aardvochtige leemprodukten ’s winters tegen vorst beschermd te worden. Bevriezing heeft geen invloed op de kwaliteit, het produkt kan na dooi gewoon verwerkt worden.

Bereiding

Ca. 10-15% water (aardvochtig) of 18-20% (droog) toevoegen en mixen met mortelmengmachine (vrijval-, tafel-, of dwangmenger), kleinere hoeveelheden met handmixer of manueel. Richtlijnen voor het gebruik van pleistermachines: zie informatie op deze site.

Ondergrond

Leempleisters hechten alleen mechanisch. De ondergrond moet draagkrachtig, vorstvrij, droog, schoon, vrij van zouten, voldoende ruw en zuigend zijn. Een leemonderlaag moet helemaal droog zijn. Vooraf bevochtigen (sproei-nevel) is slechts nodig om het stof aan de oppervlakte te binden. Het bevochtigen van de ondergrond kan tevens de verwerkingstijd van het leempleister verlengen.

Verwerking

De pleister kan zowel met een truweel als met een pleistermachine aangebracht worden. De dikte van de pleisterlaag moet 7 tot max. 10 mm zijn. De oppervlaktestructuur van de leemstuc is afhankelijk van het tijdstip van bewerking en de daarbij gebruikte werktuigen. Vaak is de oppervlaktestructuur fijner naarmate de pleisterspecie op het tijdstip van afwerken heeft kunnen aantrekken. Structuur in het oppervlak wordt verkregen met behulp van een spons, schuurbord e.d., gladde oppervlakken door gebruik van een afgladspaan of japanspaan. We raden aan om eerst een proefvlak op te zetten, zodat het gewenste afwerkingsresultaat vooraf vastgesteld kan worden.

Verwerkingstijd

Aangezien er geen chemisch verhardingsproces plaatsvindt, kan het materiaal, goed afgedekt, meerdere dagen worden verwerkt. Het materiaal kan ook zo lang in de pleistermachine en in de slangen bewaard worden.

Droging

Na aanbrengen moet er voor een zeer goede droging gezorgd worden, middels dwarsventilatie (24 uur per dag alle ramen en duren open) of machinale droging. Indien de droogtijd te lang dreigt te duren, moet voor een kunstmatige droging worden gezorgd (bouwdroger, condensdroger, blower). Bij kritische omstandigheden, drogingsprotocollen nauwgezet toepassen! Voor details zie informatie m.b.t. droging of neem contact met ons op. De aardvochtige versie 05.010 wordt doorlopend op microbiologisch niveau gecontroleerd, exacte waarden kunnen niet gegarandeerd worden.

Verdere afwerking

Het schilderen van de afwerklaag is mogelijk met alle damp-open verfsystemen, zoals leemverf, kalk- caseïneverf, minerale verf of natuurlijke dispersieverven. Binnen het CLAYTEC-gamma kan worden gekozen voor de Leemprimer (19.020-.25) in combinatie met CLAYFIX Leemverf structuur (18.050- .680) of CLAYFIX Leemverf glad (19.050-.680). Zie voor schilderwerk op leemstuc ook werkblad 6.1 Leempleister. Het materiaal is niet geschikt voor bijkomende mortellagen > 1 mm dikte.

Werkproef

Of de ondergrond en laagdikte geschikt zijn, moet in ieder geval op een voldoende groot oppervlak getest worden. Klachten die niet te wijten zijn aan mengfouten in de fabriek, zijn niet ontvankelijk. Richtlijnen conform CLAYTEC werkblad 6.1 toepassen, beschikbaar op deze site.