05.111, 10.011 Afwerkleem fijn met vlas

Afwerkpleister 
Leemmortel - DIN 18947 - LPM 0/1 f - S II - 1,8

Leemmortel

Leem-dunlagen-mortel als leemwerkmortel. Droog.

Toepassing

Een-lagige afwerkleem voor binnenshuis. Hand- of machinepleister op CLAYTEC Basisleem, leembouwplaten en andere voldoende egale oppervlakken van geschikte bouwstoffen.

Samenstelling

Natuur-bouwleem, gewassen zand met gemengde korrel 0 - 0,8 mm (05.111 bigbag 0-0,6 mm), perliet. Korrelgroep, overkorrelgrootte conform DIN 0/1, <2 mm. Vezel: vlas tot 15 mm.

Land van herkomst

Duitsland

Eigenschappen

Drogingskrimpmaat 4,0 %. Vastheidsklasse S II. Buigvastheid 1,0 N/mm². Drukvastheid 2,0 N/mm2. Hechtvastheid 0,25 N/mm2. Afbrokkeling 0,1 g. Dichtheidsklasse 1,8. Warmtegeleiding 0,91 W/m∙K. μ-Wert 5/10. Waterdamp-adsorptieklasse WS III. Bouwstofklasse A1.

Verpakking, rendement

05.111: 800 kg bigbag (levert 544 l mortel voor ca. 128-192 m2 D= 3 mm, voor ca. 224-288 m2 D= 2 mm)
10.011: 30 kg zak (levert 20 l mortel voor 5-7 m2 D= 3 mm, voor 8-11 m2 D= 2 mm), 42 zakken/pallet.

Opslag

Droog opgeslagen onbeperkt mogelijk

Mortelbereiding

Voeg ca. 20-23% water toe (6-7 l per 30 kg zak) en meng met handmixer of manueel. Bij grote hoeveelheden ook met alle gebruikelijke mixers: mortelpomp, dwangmenger, doorloopmenger. Tips voor gebruik met pleistermachines op www.claytec.nl

Ondergrond

Leempleisters hechten alleen mechanisch. De ondergrond moet draagkrachtig, vorstvrij, droog, schoon, vrij van zouten, voldoende ruw en zuigend zijn. Als primer is Uni-primer fijn (CLAYTEC 13.120 - 125) geschikt. Basisleem moet droog zijn. Natmaken (nevelen) van de ondergrond om de bewerkingstijd te verlengen wordt aanbevolen.

Aanbrengen, oppervlakken

De mortel wordt met de troffel aangebracht of met de pleistermachine opgespoten. Minimale en maximale dikte van aanbrengen is 2 en 3 mm. De oppervlaktestructuur hangt af van wanneer de verwerking plaatsvindt, evenals van het gebruikte werktuig. In de regel is de structuur fijner, als de pleistermortel op het moment van de oppervlaktebewerking aangetrokken is. Opschuren gebeurt met spons-, kunststof- of houten wrijfboard. Een gladde oppervlak wordt verkregen door de nabehandeling met een gladijzer.

Verwerkingsduur

Omdat er geen chemisch afbindproces plaatsvindt, is het materiaal afgedekt tijdens meerdere dagen te gebruiken. De afwerkleem kan ook zo lang in pleistermachine en slangen blijven.

Verdere behandeling

Het oppervlak kan behandeld worden met leempleisterprimer (CLAYTEC 19.020-.025) en CLAYFIX Leem direct structuur of gladde verf. Ook veel andere verfsystemen zijn geschikt.

Werkproef

De geschiktheid van de ondergrond, aanbrengdikte en oppervlakwerking moeten in elk geval aan de hand van een werkproef getest worden. Klachten, die niet te wijten zijn aan mengfouten in de fabriek, zijn niet ontvankelijk. Neem in elk geval Werkblad 6.1 in acht, verkrijgbaar op deze website.

Uitgave 8-2014