05.113, 10.113 Afwerkleem fijn 06

Nieuw conform DIN
Leemmortel - DIN 18947 - LPM 0/1 f - S II - 1,8



CLAYTEC Afwerkleem fijn 06 heeft alle voordelen van leemmortels, die met lange vezels uitgerust zijn. Dit product is eenvoudig voor te bereiden en zeer goed te verwerken zonder ophopingen van vezels tijdens het roeren en aanbrengen. De mortel is zeer pasteus en soepel. Dankzij de fijne korrel tot 0,6 mm kan de mortel goed uitgetrokken worden en, aan het oppervlak, goed bewerkt worden. Nu wordt Afwerkleem fijn 06 aangeboden als mortel voor dunlagig pleister in een 800 kg big bag: dit maakt het product tot een erg gunstige optie.


Soort leemmortel

Leem-dunlagen-mortel als leemwerkmortel. Droog.

Toepassing

Een-lagige afwerkleem voor binnenshuis. Hand- of machinepleister op CLAYTEC Basisleem, leembouwplaten en andere voldoende egale oppervlakken van geschikte bouwstoffen.

Samenstelling

Natuur-bouwleem, gewassen zand met gemengde korrel 0 - 0,6 mm, fijne vezels. Korrelgroep, overkorrelgrootte conform DIN 0/1, <2 mm. Vezel: cellulosevezel.

Land van herkomst

Duitsland

Eigenschappen

Drogingskrimpmaat < 3,0 %. Vastheidsklasse S II. Buigvastheid 0,9 N/mm². Drukvastheid 2,5 N/mm2. Hechtvastheid 0,10 N/mm2. Afbrokkeling 0,4 g. Dichtheidsklasse 1,8. Warmtegeleiding 0,91 W/m∙K. μ-Wert 5/10. Waterdamp-adsorptieklasse WS III. Bouwstofklasse A1.

Verpakking, rendement

05.113: 800 kg bigbag (levert 544 l mortel voor ca. 128-192 m2 D= 3 mm, voor ca. 224-288 m2 D= 2 mm)
10.113: 25 kg zak (levert 17 l mortel voor 4-6 m2 D= 3 mm, voor 7-9 m2 D= 2 mm), 48 zakken/pallet.

Opslag

Droog. Opslag minstens 3 jaar mogelijk.

Mortelbereiding

Voeg ca. 20-23% water toe (5-6 l per 25 kg zak) en meng met handmixer of manueel. Bij grote hoeveelheden ook met alle gebruikelijke mixers: mortelpomp, dwangmenger, doorloopmenger. Tips voor gebruik met pleistermachines op www.claytec.nl 

Ondergrond

De ondergrond moet draagkrachtig, vorstvrij, droog, schoon, vrij van zouten, voldoende ruw en zuigend zijn. Zwak zuigende ondergronden moeten voldoende ruw zijn en genoeg grip hebben. Als primer is GEEL (CLAYTEC 13.420-.425) geschikt. Basisleem moet droog zijn. Natmaken (nevelen) van de ondergrond om de bewerkingstijd te verlengen wordt aanbevolen.

Aanbrengen, oppervlakken

De mortel wordt met de troffel aangebracht of met de pleistermachine opgespoten. Minimale en maximale dikte van aanbrengen is 2 en 3 mm. De oppervlaktestructuur hangt af van wanneer de verwerking plaatsvindt, evenals van het gebruikte werktuig. In de regel is de structuur fijner, als de pleistermortel op het moment van de oppervlaktebewerking aangetrokken is. Opschuren gebeurt met spons-, kunststof- of houten wrijfboard. Een gladde oppervlak wordt verkregen door de nabehandeling met een gladijzer.

Verwerkingsduur

Omdat er geen chemisch afbindproces plaatsvindt, is het materiaal afgedekt tijdens meerdere dagen te gebruiken. De afwerkleem kan ook zo lang in pleistermachine en slangen blijven.

Verdere behandeling

Het oppervlak kan behandeld worden met leempleisterprimer (CLAYTEC 19.020-.025) en CLAYFIX Leem direct structuur of gladde verf. Ook veel andere verfsystemen zijn geschikt.

Werkproef

De geschiktheid van de ondergrond, aanbrengdikte en oppervlakwerking moeten in elk geval aan de hand van een werkproef getest worden. Klachten, die niet te wijten zijn aan mengfouten in de fabriek, zijn niet ontvankelijk. Neem in elk geval Werkblad 6.1 in acht, verkrijgbaar op deze website.

Uitgave 8-2014