Leem droogstucplaat D16 09.010

De CLAYTEC leem droogstucplaat D16 wordt volvlaks aan vaste ondergronden gehecht, bv. beton, kalkzandsteen of baksteenmuren. Ook worden OSB en spaanplaat met de D16 bekleed. De plaat dient ter verbetering van binnenklimaat, behaaglijkheid en comfort.

 

Gebruik

Leem droogstucplaat D16 conform CLAYTEC werkblad 5.3.
Leembouwplaat als droogpleister voor het bekleden van oude gepleisterde oppervlakken, ook voor beton, kalkzandsteen enz. Voor het bekleden van houten omkistingen en plaatwanden, bekleden van beschadigd beton, stenen enz.
Is als ondergrond geschikt voor CLAYTEC fijne Afwerkleem (10.011) en YOSIMA designlemen. Ter verbetering van het woonklimaat, de behaaglijkheid en het comfort. Kan zowel voor verbouw- als nieuwbouwprojecten ingezet worden, met name daar waar droogbouw en/of kortstondige bouwtijd vereist is.

Samenstelling

Bouwleem en klei, perliet, riet-, hennep- en juteweefsel, cellulosevezels, zetmeel < 1%

Fysische eigenschappen

Massadichtheid ca. 700 kg/m3, warmtegeleidingscoëfficiënt ca. 0,13 W/m2, µ=18

Gewicht, maten

B = 62,5 cm; H = 62,5 cm; D = 16 mm.
Gewicht: ca. 4,4 kg/plaat = 11,2 kg/m2

Verpakking

Gesealed op pallets a 120 stuks

Opslag

Indien droog opgeslagen onbeperkt houdbaar.

Benodigd materiaal

Netto ca. 2,6 platen/m2 ondergrond. Houd bij calculatie van het benodigde materiaal rekening met een snijverlies van ca. 10%. (3 platen per m2 tellen)

Ondergrond

De ondergrond moet draagkrachtig, vorstvrij, schoon, droog (houten plaatwanden stofvrij), vrij van zouten, voldoende ruw en zuigend zijn. Onvolkomenheden in de ondergrond worden enigermate uitgevlakt, loszittende lagen verwijderd en/of gefixeerd.

Verwerking

De droogstucplaten kunnen met een steekzaag, handcirkelzaag, haakse slijpschijf of oscillerende zaag (bv. Fein) op maat gesneden worden. Hechtleem (CLAYTEC 13.555) met grof getande lijmkam (8-10 mm) aanbrengen op de wand (tip: afhankelijk van zuigkracht ondergrond, geen al te grote vlakken in 1 keer opzetten!). De leembouwplaten volgens floating-methode verlijmen, met een onderling verspringende stuiknaad van tenminste 20-30 cm. Op een houten ondergrond (bv. OSB) de leemplaten bijkomend vasttacken. Bij een oneffen ondergrond of verwerking op plafonds volgens de floating-butteringmethode verlijmen en aanvullend bevestigen met bouwplaatnagels, verzinkte Spax-schroeven of slagpluggen. In badkamers of –ruimtes alleen corrosievrije bevestigingsmiddelen gebruiken.

Verdere behandeling

De voegen tussen de platen afwerken met vlaswapening voor voegen: CLAYTEC 35.020, jute voor voegen: CLAYTEC 35.006, of met glasvezelwapening voor voegen: CLAYTEC 35.010. Ongeveer 3,2 tot 4 lopende meter wapening is nodig per m2 wandoppervlakte. Rond de voegen een dun papje van fijne Afwerkleem strijken. Het weefsel op dit natte oppervlak leggen en terug met het Afwerkleem instrijken. Vooral de randen zorgvuldig en zo dun mogelijk aanbrengen, om te vermijden dat er later een onnodig dikke laag leempleister op het hele oppervlak moet worden aangebracht: daarom het weefsel aan de snijkanten niet op elkaar maar tegen elkaar leggen. Het doel van het dichten is een overbrugging te maken tussen de voegen. Beweging van de ondergrond kan hierdoor niet of slechts in geringe mate opgevangen worden. De met platen bedekte oppervlakte kan ook volledig versterkt worden, bijvoorbeeld met vlaswapening (CLAYTEC 35.020). Bij een ondergrond van houtplaten is zulke bekleding aanbevolen. De bevestigde platen worden in de regel met Claytec fijne Leempleister bepleisterd (CLAYTEC 10.011). Wanneer een finish met een gekleurde CLAYFIX of YOSIMA leem (CLAYTEC 17.050-17.450) of met een CLAYFIX Structuurleem (CLAYTEC 15.05.-15.450) gepland is, moet er absoluut eerst gegrondeerd worden met een dunne laag fijne Leempleister.