09.340, 09.360, 09.380 CLAYTEC Pavadentro D40, D60 en D80
09.320 CLAYTEC dagkantplaat D20

Gebruik

Binnenisolatie: zie CLAYTEC werkblad 3.3

Houtvezel-isolatieplaat voor de binnenisolatie van baksteen- en andere massiefbouw, monumenten en historische vakwerkconstructies. Als dagkantplaat geschikt voor constructieve isolering van raam- en deurdagkanten.

Samenstelling

Naaldhout, ≤ 4% silicaat (dampremmende tussenlaag), ≤ 2% witte houtlijm (polyvinylacetaat voor verlijming van de 20 mm lagen onderling)

Fysische eigenschappen

Massadichtheid ca. 180 kg/m3, λ 0,045 W/mK, sd D40 0,65 m / D60 0,75 m / D80 0,85 m, bouwstofklasse B2 (conform DIN 4102)

Afmetingen

Isolatieplaat met tand en groef: B=0,40 m, L=1,02 m (dekmaat 0,39 x 1,01 m), dikte 40, 60, 80 mm.
Dagkantplaat met stompe kant: B=0,60 m, L=1,02 m, dikte 20 mm.

Verpakking

Gesealed op pallets gestapeld.

Opslag

Droog en geventileerd opslaan, niet onder folie. Bij transport en opslag zorgvuldig beschermen tegen vocht en condens.

Benodigd materiaal

Ca. 2,6 platen per m2. Bij berekening van het benodigde materiaal, rekening houden ca. 10% reserve t.b.v. snijafval e.d. (ca. 3 platen /m2 calculeren)

Verwerking

Uitvullagen > 10 mm dienen voor montage van de houtvezelplaat volledig droog te zijn. De platen kunnen o.a. met steekzaag of handcirkelzaag worden gezaagd. Hechtleem (CLAYTEC 13.555) of fijne Afwerkleem (CLAYTEC 10.011) aan één kant met een 10 mm getande lijmkam of aan beide kanten met een lijmkam 5-6 mm aanbrengen. Een andere manier is het aanbrengen van de plaat in een plastisch mortelbed, dikte ≤ 10 mm, bestaande uit Leempleister mineraal 16 (CLAYTEC 10.030) of CLAYTEC Basisleem. De platen worden ferm aangedrukt. Een volledig, zo ononderbroken mogelijk contact met de ondergrond moet worden gegarandeerd. Luchtinsluitingen zijn uit den boze. Op houten ondergronden worden de platen met schroeven (CLAYTEC 35.130) bevestigd en op massieve ondergronden met schroefpluggen (CLAYTEC 35.140). Gebruik altijd isoclips (CLAYTEC 35.150). Verankeringsdiepte bij hout ≥ 40 mm, bij massiefbouwdelen ≥ 60 mm.

Verdere behandeling

Bij plaatsing in een mortelbed dient deze ondergrond, ten behoeve van de verdere werkzaamheden, voldoende vast en hechtend te zijn. Voegennaden van meer dan 1-2 mm dienen met Hechtleem (CLAYTEC 13.555) of Afwerkleem fijn (CLAYTEC 10.011) te worden dichtgezet. Voor het afpleisteren moeten de platen stofvrij zijn, maar niet voorbevochtigd. De platen worden doorgaans bepleisterd met twee lagen, niet al te stijve CLAYTEC Afwerkleem fijn, elk met een laagdikte van 2-3 mm. In het nog vochtige oppervlak van de eerste laag dient dan een wapeningsgaas te worden aangebracht. Dikkere pleisters met grove korrel zijn voor o.a. wandverwarming mogelijk, zie hiervoor CLAYTEC werkblad 3.3. Voor verdere informatie over bepleisteren zie CLAYTEC werkblad 6.1.

Belangrijke aanwijzingen

Voor vragen met betrekking tot dimensionering, voorbereiding en detaillering van de binnenisolatieconstructie, zie CLAYTEC werkblad 3.3
Zie ook de (Duitstalige!) PDF Claytec Lösungen für die Innendämmung

De zuigende werking van houtvezelplaten is wezenlijk minder dan die van massiefbouwstoffen zoals baksteen: bij dikke pleisterlagen moet het droogproces daarom zorgvuldig gepland en gemonitord worden.
Download hier de PDF: Richtlijn voor de juiste droging van leempleister