Rietplaten 34.010 en 34.020

Gebruik

Pleisterdragers voor leemstuc: conform CLAYTEC werkblad 6.1
Bouw- en leemdraagplaat met warmte-isolerende werking voor binnen. Voor bekleding van droogbouwconstructies en als ondergrond voor leempleister sinds vele jaren beproefd. In 20 mm-variant als buigbare leemdrager voor spelderplafonds.

Samenstelling

Platen uit natuurlijke riethalmen. Gebonden met verzinkt ijzerdraad (2-zijdige binddraad en stiksel). Dwars over de halm gebonden draad, iedere 20 cm om de ca. 5 cm vastgestikt.

Dichtheid

Dichtheid ca. 145 kg/m (λ ca. 0,065 W/mK, μ 3-5). De waarden kunnen afhankelijk van de jaarlijkse oogst (oogstkwaliteit) verschillen, deze genoemde waarden zijn een ondergrens.

Afmetingen

2 m2 per plaat - breedte 1,0 m (halmlengte), lengte 2,0 m. Dikte 50 mm (34.010) en 20 mm (34.020), de maat tussen de buitenzijden van de draadlussen.

Verpakking

Gestapeld op pallets. 34.010 - 25 stuks per pallet en 34.020 – 50 stuks per pallet.

Opslag

Droog en geventileerd opslaan, niet onder folie. Bij transport of opslag goed beschermen tegen vocht en condens.

Benodigd materiaal

Houd bij berekenen van de benodigde hoeveelheid een reserve aan van ca. 10% voor versnijden etc.

Verwerking

Rietplaten kunnen met een steekzaag, handcirkelzaag of haakse slijpschijf gezaagd worden. De dwars op de halm liggende draden worden met een kniptang doorgeknipt, waarbij -vanwege de stikafstand - maatzagen slechts binnen een 5 cm-raster mogelijk is. Rietplaten worden in een mortelbed van soepele Basisleem (CLAYTEC 05.001, 05.002 en 10.010) in een ononderbroken contact met de leem gedrukt.
Per m2 met minimaal 5 verzinkte schroeven (plus schotelring of isoclip 25 mm) of met behulp van lichte bouwplaatnagels aantrekken c.q. bevestigen. Bij droogbouwconstructies en ribbenwerken worden schroeven en isoclips gebruikt voor de bevestiging. H.o.h-afstand voor 50 mm platen maximaal 50 cm, voor 20 mm platen maximaal 37,5 cm. De platen dienen voldoende tegen de onderconstructie te worden aangedrukt.

Verdere behandeling

Het bepleisteren gebeurt met niet al te stugge mortel en zonder voorbevochtigen. Tweelagig aanbrengen van leempleister met wapening conform CLAYTEC werkblad 6.1.

Aanvullende info

Rietplaten kunnen vanwege hun natuurlijke herkomst van wisselende kwaliteit zijn; als isolatiemateriaal beschikken ze niet over een gestandaardiseerde isolatieprestatiecertificering. De kwailteitsborging m.b.t. minimalisering van kiemcellen in het materiaal gebeurt met een eenvoudige methode die in de landbouw gebruikelijk is (droge, geventileerde opslag na de oogst, visuele controle voordat verwerking plaatsvindt). Conformiteit met exacte waarden kan hierdoor niet worden gegarandeerd. De platen worden in de regel als niet-brandgevoelige, bepleisterde bouwplaten toegepast. De mogelijkheid van onbepleisterd gebruik moet vanwege de brandveiligheid kritisch worden afgewogen.